In deze tijd van het jaar staan er weinig planten meer in bloei. In Lentevreugd ontdek je hier en daar nog een madeliefje, maar de meeste planten zijn uitgebloeid. Wel valt er nog wat geels te ontdekken. Het exotische bezemkruiskruid valt op. Niet alleen in Lentevreugd, maar ook verderop in de duinen. Lees verder “De laatste herfstbloemen”
Wild plukken met Thijsse

De bramen deden het goed dit jaar. Bramenplukkers, jong en oud, waren geregeld in Lentevreugd om bramen te plukken. Natuurbeschermer Jac P. Thijsse vindt dat je ze meteen moet opeten, want “daar in de vrije natuur eet je met je bramen tegelijk blauwen hemel en zonneschijn”, zo schrijft hij in een van zijn beroemde Verkade-albums. De bramen zijn op, maar er zijn nu wel veel duindoornbessen. Lijsters zijn er dol op. Maar ook voor mensen zijn ze gezond. Ze zitten boordenvol vitamine C.
Droogte: koeien en paarden (niet) in bad
Waar anders de centrale plas in Lentevreugd vol leven is, staan nu alleen wat Konikpaarden een bad te nemen. Een zandbad wel te verstaan, want het water in de plas is verdampt. Dat gebeurt iedere zomer, maar dit jaar eerder dan voorgaande jaren. Na de overvloedige regen in mei droogde de plas langzaam op. Kleine plevier, blauwe reiger, tureluur en lepelaar deden zich te goed aan de overvloed aan voedsel op het krimpende wateroppervlak. Toen de plas in de warme junimaand droog viel maar de grond nog vochtig, vonden alleen een paar jonge spreeuwen en kwikstaarten er nog voedsel. Nu is de plas kurkdroog en profiteren de Schotse Hooglanders en Koniks er van de verkoelende zeewind. Tot het ook de runderen te warm wordt en zij op zoek gaan naar een plek waar nog wel water is.
Leerlingen Amerikaanse school opnieuw in Lentevreugd
Op 17 en 18 mei waren vijf klassen van de Amerikaanse school in Wassenaar op excursie in Lentevreugd. Vorig najaar hebben zij geholpen met het beheer van het natuurgebied. Zij hebben toen gemaaid, maaisel afgevoerd, duindoorns uitgestoken en poep van de grote grazers opgeruimd. En nu kwamen de leerlingen terug om te zien wat er allemaal aan biodiversiteit te vinden is in Lentevreugd.

Onder leiding van gidsen van IVN gingen ze op zoek naar vlinders, insecten, vogels en planten. In de lessen op school was daar al aandacht aan besteed. Op 17 mei werden er 27 vogelsoorten geteld, op 18 mei 37.
De leerlingen hebben het enorm naar hun zin gehad.
Lentekriebels bij de kikkers
In Lentevreugd komen verschillende reptielen en amfibieën voor: zandhagedis, kleine watersalamander, bruine kikker, groene (meer)kikker, boomkikker, gewone pad en de rugstreeppad. De bruine kikker is er in de lente vroeg bij met de voortplanting. Op de paaiplaats hebben ze zachtjes zitten knorren en eitjes gelegd. Die zijn medio april uitgekomen.
Franse vogelstand achteruit
Vogelaantallen in Franse landbouwgebieden zijn de afgelopen 15 jaar met gemiddeld 30% teruggelopen. Op sommige plaatsen zijn complete soorten, zoals veldleeuweriken en patrijzen helemaal verdwenen. Dat toont recent onderzoek aan. De gegevens zijn afkomstig uit twee studies, een op landelijke schaal en de andere gericht op een specifieke landbouwregio.

De cijfers over de dramatische achteruitgang komen overeen met trends die eerder zijn waargenomen in andere delen van Europa, waaronder Nederland. Franse wetenschappers zijn geschokt. Ze dachten dat de vogelstand in Frankrijk relatief stabiel was.
Blauwborst kondigt de lente aan
Vanaf de tweede helft van maart kun je de blauwborst weer horen zingen. In april doet hij er nog een schepje bovenop en barst het gezang echt los. Als je hem hoort is de lente in aantocht.

Sinds de jaren ’70 heeft de soort een flinke opmars gemaakt in Nederland, omdat er meer geschikt leefgebied is bijgekomen. Blauwborsten zijn riet- en moerasvogels. Zij zijn houden vooral van ruige gebieden, zoals in delen van Lentevreugd. Er broeden inmiddels tussen de 12.000 en 15.000 paartjes in Nederland.
Bitterkoud, en dan eindelijk lente
Waar ijs ligt…
…moet geschaatst worden. Ook in Lentevreugd. Op de eerste dag van maart gingen schaatsliefhebbers het ijs op.
Reeën in de winter
Wandel je ’s morgens vroeg of in de namiddag in Lentevreugd, dan heb je kans een groepje reeën te zien. Ze komen uit de duinrand. Reeën vormen in de winter groepjes van twee tot vier dieren, die sprongen worden genoemd. Ze grazen niet zoals de Schotse Hooglanders en Konikpaarden, maar eten jong blad van allerlei struiken, verse kruiden en grasjes. Om de winter door te komen eten ze ook de bast van bomen en struiken.
Reeën kunnen goed horen, zien en ruiken. Als je een ree tegenkomt en je hebt de wind mee (van de ree af) en je beweegt niet, dan kan het zijn dat de ree niet wegvlucht. Heeft hij je geroken of zien bewegen, dan zoekt hij dekking in het struweel.
Het gewei van een reebok, dat minder imposant is dan dat van een mannelijk edelhert, groeit tijdens de winter. De basthuid wordt, nadat het gewei volgroeid is, in de lente afgeschuurd.


























